De Culturele Raad Oudewater had drie finalisten van het
Amsterdams Kleinkunst Festival uitgenodigd om in het Oude Stadhuis
aan de Visbrug te komen optreden. Zaterdagavond 20 maart 2010 werd
een avond vol van zang, dans, muziek, acrobatiek, levensdrift en
gekkigheid. De talentvolle cabaretiers geven nog achttien
voorstellingen in het hele land en gaan op 12 april op voor de
finale in 'De Kleine Komedie' voor de felbegeerde Wim Sonneveldprijs.
vlnr: Rogier Telderman, pianist; Mattijs Verhallen, cabaretier;
Vivianne van den Boom, cabaretier; Guido Scheepe, pianist en Esther
Spee, cabaretier.
De finalisten
Tijdens het Amsterdams Kleinkunst Festival strijden jonge
cabaretiers om de hoogste prijs, de jaarlijks toegekende Wim
Sonneveldprijs. Het is een felbegeerde trofee, dè springplank naar
de Nederlandse theaters. Kunstenaars als Stef Bos, Thomas Acda en
Claudia de Breij waren winnaars uit voorgaande jaren. Presentator en
coach Jelle Kuiper stelde de drie cabaretiers van deze avond aan het
publiek voor en vertelde dat in de voorrondes al een scherpe
selectie had plaatsgevonden. In theater Bellevue waren in aanvang
vijftig deelnemers, zij mochten elk vijf minuten tonen wat ze waard
waren. Na latere selecties, waarvan de laatste op Texel werden
gehouden, zijn er nu zes halve finalisten over. Zij gaan met hun
conference achttien keer in het hele land optreden op goed beslagen
ten ijs te komen op de finale op 12 april in de 'Kleine Komedie' in
Amsterdam. Daarna is er tot december nog een finalistentournee door
het hele land. Elk jaar wordt in een avondprogramma een hommage
gebracht aan een bekende kunstenaar, dit jaar de tekstschrijver Rob
Chrispijn.
De 'Mens', de 'Volle maat' en de "Wortel en de
tak'
Het eerste talent van deze avond is Esther Spee. Zij noemde haar
programma 'Mens' en gaf een prachtig gepassioneerde performance,
waarin ze schijnbaar moeiteloos haarscherpe beelden en diverse
persoonlijkheden wist op te roepen. Haar kracht en volume hebben een
groot bereik, maar behouden ook controle. In haar liedjes, brengt ze
met veel swing en dixie tot uitdrukking dat het in het leven kan
gaan over een groot feest maar ook over minder goede belevenissen.
De 'meezinger' was niet vergeten en ook 'inhoud', was aanwezig in
het lied 'Een beetje liefde', over een Marokkaan die zich toch
altijd nog uitgezonderd voelt. Liefde voor een hoger doel: een
betere wereld, begint bij jezelf. Ze had de durf om al trommelend op
de vleugel een lied te zingen en een acrobatisch nummer te doen,
waarbij ze net dat linkerbeen niet ver genoeg kreeg. Zij werd aan de
vleugel begeleid door Guido Scheepe. Mattijs Verhallen, de tweede
finalist noemde zijn programma, 'Zolang de maat maar vol is'. Hij
vertelt zijn levensverhaal in de blues en liet fenomenaal pianospel
horen. Na het eerste nummer lijkt hij toch niet zo comfortabel te
zitten achter de vleugel. Als hij zijn broekzakken gaat legen,
blijkt dat hij een bijna complete huishouding op zak had, van
broodmes tot pistool en peper en zout stel. In de rollende tonen van
de blues heeft hij het over onmogelijke en mogelijke liefde. In het
dronken 'Zeven zoete soesjes en een kaascroissant' was een prachtige
synchroniciteit en symbiose van woorden en muziek aanwezig. En later
bij het gitaarspelen kwam hij er achter dat van een 'kater' ook niet
veel te leren viel. Zijn levensmotto was: 'Het leven leeft mij'.
Matthijs ging na afloop nog even door op zijn eerder aangeduide
'Marco Borsato gevoel'. Iets wat hem frappeerde. Hij kreeg tijdens
zijn studie aan het pop-conservatorium pianoles van de pianist van
Marco en vraagt zich af: 'wat is' en 'waar zit' het Marco Borsato
plekje bij het publiek. Na de gezellige pauze, pico bello verzorgd
met een hapje en een drankje door de leden van de Culturele raad was
het podium voor Vivianne van den Boom, zij is de dertiger die overal
te laat bij is, nog worstelt met de generatiekloof, het aanbod in de
supermarkt en de VMBO leerlingen. In haar parodie op zo'n
schoolklas, was grappig de overeenkomst van leerling en leerkracht
te zien. Vivianne werd in haar prachtig gezongen liedjes begeleid
door Rogier Telderman. Haar uitbeelding van een Somalische vrouw die
ons Nederlanders een mooie spiegel voorhoudt en ondertussen een
prachtig recept doorgeeft met tal van ongewone ingrediënten, was
goed getroffen. Vivianne is bezig met het uitbeelden van onze
zoektocht in het leven en roept daarbij leuke herkenbare beelden op.
Haar programma heeft de naam: 'Wortel en tak'.
Genieten van talent
Het was een avond genieten. Mooi dat we door het programma van de
Culturele Raad een kijkje kregen in wat de jonge talentvolle
kleinkunstenaars naar voren willen brengen. Even meegaan in een
andere wereld, die toch weer verrassend veel overeenkomsten met de
onze heeft en relativerend werkt. Voor meer informatie over de
andere optredens en evenementen
www.amsterdamskleinkunstfestival.nl
Voor het traditionele nieuwjaarsconcert 2010 had de Culturele Raad
Oudewater dit jaar het jazzcombo 'Just Us' uit Woerden uitgenodigd.
Zij musiceerden afgelopen zaterdagavond 9 januari in het oude
stadhuis aan de Visbrug. De zeskoppige blazers-, percussie-, snaren-
en toetsenformatie wist door hun geraffineerde spel en virtuoze
improvisaties, het publiek helemaal in de greep van de muziek te
krijgen. De liefhebbers bewogen zich swingend over de dansvloer, de
stemming was superritmisch.
Combo 'Just Us', een fijn geluid Voor de muzikanten van het jazzcombo 'Just Us' was het
spelen in Oudewater niet helemaal nieuw. Tijdens Monumentendag
hadden ze ook al eens hun muzikale kwaliteiten laten horen op de
Markt, in hun big band formatie. De band met leden uit Woerden
Utrecht en omgeving bestaat sinds 1995 en treedt op in verschillende
samenstellingen. Voor de raadszaal in het oude stadhuis was de nu
zeskoppige small band formatie heel uitgekiend gebleken. Trombonist
en aanvoerder Rob Hofman vertelt dat degene die de melodie van het
nummer speelt de geluidssterkte aangeeft. "We spelen in deze ruimte
heel beheerst, elektronische versterking is niet nodig". Het
beginnummer is 'All of me', het werd al in 1931 geschreven en heeft
vele bekende performers gekend. De band speelt heerlijk soepel, je
kunt helemaal meegaan met de klanken. De mooiste melodieën uit de
muziekgeschiedenis volgen: 'Autumn leaves', 'Night and day' en 'Summertime',
vrolijk en melancholisch tegelijk. Het nummer 'Lady Bird' wordt mooi
uitgesponnen door de fantastisch solerende musici. Tenor saxofonist
Willem van der Meijde excelleert. Drummer Martijn van Jaarsveld
weeft subtiel en onvoorspelbaar zijn enorm scala aan accenten door
de muziek. Het Braziliaanse ritme in 'The girl from Ipanema' kent
veel felle percussiemomenten. Martijn legt uit dat het typerende
harde geluid, de zgn 'rimshot' wordt bereikt door met de houten stok
zowel de rim (rand van de trommel) als het vel te raken. Tom
Snijders, op de elektrische piano speelt fijnzinnig en dienstbaar.
Trompettist Michiel Slaatts is trefzeker en de diepe tonen van Peter
Struik op zijn contrabas kunnen niet gemist worden. Hij zorgt
namelijk voor de samenhang in de composities.
Improvisaties De musici zijn allen van jongs af aan met muziek bezig.
Rob Hofman speelt vanaf z'n tiende jaar, eerst trompet, later
trombone. Toen hij enkele jaren zijn instrument had laten liggen,
kreeg hij een onrustig gevoel. Slagwerker Martijn van Jaarsveld was
zelfs nog jonger toen hij begon. Hij speelde eerst gitaar en ging
later bij een fanfare, waar hij ook lessen kreeg. De muzikanten
hebben op woensdagavond hun repetitieavond. "Ja, je kunt repeteren
wat je wilt, maar zo'n improvisatie ontstaat op het moment van
optreden", vertelt Willem v.d. Meijde. "Er zijn afspraken over het
improviseren, je kunt veel naar muziek van anderen luisteren en
houvast hebben aan bestaande akkoorden, maar het ligt toch aan de 'mood'
van de muzikant hoe er dan wordt gespeeld." Het is de complexe
veelheid van ritmes afkomstig uit wereldwijde muziekstromingen, het
streven naar complete vrijheid in het improviseren en ook weer de
beheersing daarin, die de jazzmuziek zo rijk maakt. De
muziekliefhebbers in het stadhuis namen met een enthousiast applaus
afscheid van hun helden. Een goeie toegift volgde en onder het genot
van een drankje en een heerlijk hapje werd nog lang nagenoten. Het
was 'a wonderful night'.
Door het vervallen van het try-out optreden in het kader van
het Amsterdams Kleinkunstfestival om de Wim Sonneveldprijs, zag de
Culturele Raad Oudewater zich genoodzaakt een alternatief programma
samen te stellen. Gelet op de geweldige reacties van het publiek in
de pauze en na afloop van het optreden van Marjolein Meijers met
haar begeleiders, kunnen we spreken over een volwaardige en
succesvolle vervanging. Dit optreden komt zeker voor herhaling in
aanmerking.
Zondagmiddag 15 maart 2009 heeft Marjolein Meijer in het Stadhuis
van Oudewater een wervelend en spetterend optreden verzorgd met haar
programma ”van Berini’s tot Solex”. Begeleid door Walter en Onno
Kuipers leidde Marjolein het publiek door haar muzikale leven.
Beginnend met liedjes uit de jaren vijftig van de Amerikaanse
Western Swing via een televisieprogramma over dromen van beroepen
die in kinderhoofdjes rond dolen, naar de Oost-Europese muziekstijl
met het instrumentale nummer “Jabdabadabadabadab”. Op haar eigen
wijze werden de liedjes aan elkaar gepraat. Het publiek genoot van
het entertainment.
Instrumentaal werden de liedjes afgewisseld met een Nederlandse en
Zweedse (Ekelunda Polska) polka en vloeide door naar de vertalingen
van Jan Rot van onder andere het bekende nummer “Pauline”. Er was
aan de beide instrumentalisten zeer duidelijk de jaren lange
ervaring te horen in de Ierse muziek. Een eigen compositie van
Walter Kuipers, één van een Haagse componist en een traditionele
Ierse Reel leidde de weg naar de pauze in.
Marjolein is van huis uit een klassiek gitariste. Zij nam al snel na
haar opleiding de strijkstok van een echte contrabas ter hand en
bracht daarmee een warme ondersteuning aan in haar begeleiding en
daarmee ook nu in de begeleiding van de groep.
Na de pauze bracht Onno op de trekzak een ode aan zijn ouders. Een
‘scheurende” trekzak waarbij de emoties er vanaf dropen.
Langzamerhand liep het programma naar het soloprogramma van
Marjolein, genaamd “Solex”. Het nummer “gekke Marie” ging over een
zwerfster die leed aan een oorlogstrauma. Vervolgens het nummer
“Waarheen” verhaalde over een Chinese moeder zonder papieren in
Nederland, op zoek naar haar zoekgeraakte kind. Zonder haar gevonden
te hebben werd ze toch het land uitgezet.
Afgewisseld met hilarische verhalen, maar ook over de toelichting
van de diverse instrumenten, een zeer oude sitar, een Belgische
doedelzak leidde het liedje “ ’t is niet de wind” in. Onno, een
specialist op de accordeon en trekzak, liet iedereen genieten van de
cajun muziek en maakte daarmee een spetterend slot aan het geweldige
optreden.
Met een daverend applaus toonde het publiek haar enthousiasme en
werden de kunstenaars verrast met een traditioneel Oudewaterse
lekkernij.
Zaterdag 22 maart 2008 speelden drie halve-finalisten van het
Amsterdams Kleinkunst Festival in Oudewater. Het enthousiaste publiek
zorgde voor een mooie ambiance in de raadzaal op de Visbrug. Te oordelen
naar het hoge niveau van de deelnemers die in Oudewater speelden, moet
de Wim Sonneveldprijs dit jaar wel een sterke winnaar krijgen.
Het duo Roger et Simone bracht een geestig programma, technisch knap
gespeeld. In hoog tempo werden diverse maatschappelijke en menselijke
thema’s onder de loep genomen. Onderwerpen die in de cabaretwereld
gemeengoed zijn, maar de absurdistische vorm die dit duo heeft gekozen
was op zijn minst verrassend. Misschien de meeste indruk maakte Sophie van Hoytema. Haar thema: ook
een perfecte jeugd kan later tot allerlei problemen leiden. Sophie lijkt
een echte theaterpersoonlijkheid. Ze heeft een programma met een aantal
originele liedjes, waarbij ze begeleid wordt door Ed Boekee aan de
piano. Deze laatste nam ook even het heft in handen om te laten horen
dat hij een uitstekende jazzpianist is. Na de pauze was het podium voor Roemer van der Steeg. Hij bezong van
achter de piano verschillende figuren in een prachtwijk en behandelde
het ouder worden en het maken van definitieve keuzes. Roemer is het
meest van de drie een klassieke cabaretier, maar beschikt daarbij over
veel pianistisch talent dat hij goed weet te gebruiken. Een conclusie van deze zaterdagavond: er loopt in Nederland nog veel
cabarettalent rond.
'De Haastrechtse Kring' organiseerde voor de tweede maal samen
met de 'Culturele Raad Oudewater' het zondagmiddag 'Brunch Concert'
in de Passionistenkerk St. Gabriël te Haastrecht, op 10 februari
2008.
Twee begaafde Russische klassiek geschoolde musici, de violiste
Julia Dinerstein en de pianiste Anastasia Safonova, lieten muziek
van componisten uit hun eigen land horen. Muziek waarin ze zich heel
goed thuisvoelden en waarvan ze de rijke gevoelvolle inhoud ook
meesterlijk aan het publiek konden overbrengen.
Bij de foto: met viool Julia Dinerstein en Anastasia Safonova
aan de vleugel
Romantische muziek
Naar vorig jaar was gebleken is een brunchconcert met klassieke
muziek in de Passionistenkerk te Haastrecht een gewild uit uitje
voor de liefhebbers. Er moet mond op mond reclame hebben
plaatsgehad, want het aantal luisteraars was het dubbele van het
vorig jaar. De goedverzorgde brunch werd in 'De Oude Refter' van het
klooster geserveerd en tijdens of na het eten was het bepaald een
leuke zondagmiddag verpozing om een wandelingetje te maken door de
zonovergoten parktuin met zijn nu al licht geel kleurende
narcissenperken. In de kerk stemde Julia Dinerstein haar viool en
Anastasia Safonova speelde de eerste tonen op de piano, even wat
oefenen om om 13.00 uur in tempo aan te vangen. Het eerste stuk was
een Sonate voor viool en piano van Michael Iwanowitsj Glinka. Deze
componist, geboren in 1804, was de zoon van een rijke
grootgrondbezitter en kreeg een prima opvoeding aan huis. Men
herkende zijn talent in de muziek en hij werd een uitstekend zanger
en violist in de adellijke kringen van St. Petersburg. Ook neemt hij
pianoles bij de Ierse pianist John Field die op dat moment in St
Petersburg is. Hij reisde naar Italië, waar de muziek hem zeer
aanspreekt. Dit bepaalde ook wel zijn componeerstijl. Hij reist naar
andere landen in Europa en sterft in 1857 in Berlijn. Hij schreef
muziek op gedichten van Russische dichters en is te beschouwen als
de vader van de Russische klassieke muziek. De sonate prachtig
gespeeld door Julia en Anastasia is een rustig beginstuk. De
akkoorden zijn gelijkmatig en harmonieus, soms dromerig en zwevend
in de ruimte. In het tweede deel zijn de contrasten heftiger, het
pianospel is hoog en delicaat, de viool treft mooie lage akkoorden.
Prachtig samenspel Op de vraag van de heer Dirk Bijl, plaatsvervangend voorzitter van
'De Haastrechtse Kring': waar Julia en Anastasia elkaar ontmoet
hebben, vertelt Anastasia dat ze, toen ze beiden studeerden aan het
conservatorium in Maastricht, weleens samen musiceerden.Vakmensen
rondom hen waren hier enthousiast over en omdat ze het zelf ook fijn
vonden, gingen ze ermee door, ze werden vriendinnen. Anastasia woont
ook nu nog in Maastricht en is gastdocent aan het conservatorium.
Julia is werkelijk door violisten omgeven. Haar ouders wonen in
Mexico en zijn daar violist. Haar man is violist en haar twee
dochters studeren ook op dit strijkinstrument. Ze vertelt dat haar
kinderen vaak meegaan naar concerten en dat in hun huis natuurlijk
een muzikaal klimaat heerst, maar niet dwangmatig. "Ik zie het als
samenwerken en samen met muziek bezig zijn", zegt ze. Het tweede
werk zijn de 5 Preludes van Dmitri Sjostakovitsch, eigenlijk is het
een pianostuk. Deze componist werd in 1906 in St. Petersburg geboren
en stierf er in 1975. Hij was een wonderkind op de piano en
componeerde al op jonge leeftijd. Als 16 jarige speelde hij in
filmhuizen en vaudeville theaters om in het levensonderhoud van zijn
familie te voorzien. "In zijn muziek tref je ironie aan. Hij had
veel last van de inperkingen door het Stalin regime", vertelt
Anastasia. Deze beklemming is in zijn muziek te horen het is soms
fragmentarisch, heeft bizarre contrasten en dissonanten, ook heel
mooi en intens gespeeld door Julia en Anastasia. Na de korte pauze
vertolken de twee musici de Sonate in G-groot, opus 19 van Sergei
Rachmaninov (1873-1943). Deze pianist en componist is ook geniaal,
maar leidt een onrustig leven. Omstreeks 1920 gaat hij zelfs naar
Amerika. De Sonate die Julia en Anastasia spelen is nog uit zijn
Russische periode. De muziek laat ook onheil horen maar op een veel
minder schrijnende manier dan het vorige stuk. Het unieke samenspel
van de twee musici toont de rijke en diepe klankkleur. Er gebeurt
veel in het stuk, je ervaart dramatiek en melancholie in het
verhaal, maar ook het ontkomen daaraan in weidse en vredige klanken.
De klanken lijken tegen je te spreken, er komen sussende en
troostende woorden in je hoofd op. Het is ontroerde en dichtbije
muziek. "Ja", zegt Anastasia na afloop, "er zit veel licht in
Rachmaninoff." Het publiek was ademloos geboeid en gaf een zeer
verdiend applaus, waarop Julia en Anastasia het bekende 'Vocalise'
speelden ook van Rachmaninoff. Het was een prachtige middag en de
twee musici hadden heerlijk gespeeld, zeiden ze. "En wat zijn we
hier hartelijk ontvangen, alles was goed georganiseerd, de vleugel,
gesponsord door de firma Evert Snel, was ook prima. De akoestiek in
de kerk en het fijne publiek, alles had meegewerkt.
Het eerste concert in 2008 georganiseerd door de werkgroep
'Podiumkunsten' van de Culturele Raad Oudewater was van bijzondere
klasse. De Noord-Hollandse band 'Kilshannig' speelde Ierse
traditionele muziek op meeslepende wijze. Het historische stadhuis
aan de Visbrug was tot aan de laatste plaats gevuld met
muziekliefhebbers. Het publiek genoot met volle teugen en reageerde
vol enthousiasme. De vijf virtuoze muzikanten hadden het ook reuze
naar hun zin in deze perfecte ambiance en speelden op verzoek nog
vele toegiften.
Vlnr.: Jan Postma, Rob Baas,
Frans Kouwets, Ron van Leeuwen en Louis Kouwets
Terugblik
De heer Rob Grem, secretaris van de Culturele Raad Oudewater, blikte
in zijn openingswoorden nog even terug op het oude jaar. Het was een
jaar geweest dat hoogtepunten en dieptepunten kende. Er waren mooie
en ook goedbezochte concerten geweest, maar in dit jaar had de
Stichting ook het overlijden van haar voorzitter, mevrouw Jet Rutten
moeten betreuren. "Mevrouw Rutten heeft een groot en rijk cultureel
testament nagelaten in de gemeenschap van Oudewater. Haar
persoonlijkheid zal node worden gemist in onze stad." De heer Grem
voorzag dat het nieuwe culturele jaar ook weer mooie cultuurmomenten
zou gaan opleveren.
Een lied als verhaal
Ook al denk je niet veel te weten van Ierse muziek en je je de
klanken bijna niet meer te kunnen herinneren, als de vijf musici van
de band 'Kilshannig' beginnen te spelen ben je direct helemaal in je
element. De temperamentvolle maar ook liefelijke muziek houd je in
haar ritmische greep. Frans Kouwets, de bandleider, zanger, gitaar
en bouzoukispeler kondigt de nummers aan. De band gaat Keltische
muziek spelen, voornamelijk Iers, ook wel Schots en Engelse muziek.
Het eerste nummer heeft als begin regel 'Can’t get enough of kissing'
en Frans Kouwets vertelt dat dit een nummer is van Mick Hanley, een
schrijver die veel songs voor Mary Black heeft geschreven. Mary
Black, een zeer bekende Ierse zangeres, is net als Christy Moore een
ster wier muziekstijl zeer door de band wordt bewonderd. Het is
muziek van recente datum en dat geeft aan dat de Ierse muziek zich
door de tijden heen steeds ontwikkelt. "De songs gaan over het
alledaagse leven, gelukkige of ongelukkige liefdes, de dood, de
natuur en heimwee naar het vaderland", vertelt Frans. "Ze vertellen
verhalen over wat de Ieren meemaakten: het werken in de mijnen, de
walvisvangst, de armoede, de misoogsten. Veel Ieren zochten vroeger
hun heil in Australië of werden wegens misdragingen verbannen naar
dat land. Hun rode draad was: 'Hoe kan ik terug naar mijn Ierland'.
De liefde voor hun land gaat nooit over. De Ierse muziek is een taal
die ernst en verdriet lijkt te accepteren, toedekt en verpakt in
vrolijkheid. Het nummer 'There is no peace for me' lijkt het
vredigste nummer dat er is.
Instrumenten
De muziek is snel, vooral de viool of 'fiddle' van Ron van Leeuwen
geeft het tempo aan. Een strak en krachtig ritme waar veel beweging
in zit is een kenmerk van deze muziek. Het is vitaal en geeft nieuwe
energie. Herhalingen en accentpartijen hebben een hypnotiserend
effect. Drie van de vijf muzikanten doen zang, hun stemmen vormen
een fantastisch rijke klankeenheid. De tenorstem van Frans Kouwets
zet de kristalheldere en loepzuivere hoofdtoon. De stemmen van Jan
Postma, de contrabassist en bodhran speler, plus Rob Baas,
gitaarspeler maken het volmaakt. Louis Kouwets, bespeelt
verschillende fluiten, de concertina en de bodhran en dat doet hij
geweldig. Een concertina is een kleine bandoneon, vroeger was het
een instrument van de armen. Louis weet met de bespeling van dit
instrumentje vele gevoelige snaren bij het publiek te raken. De
bodhran is een oude framedrum die bespeeld wordt met een houten
stok. Frans kondigt nu enkele 'Jig's' en 'Reels' aan; instrumentale
dansnummers in achtste noten, een snel draaiend ritme dat tot dansen
uitnodigt.
Toegift, toegift
De 'Kilshannig' band is geliefd op Ierse festivals in binnen- en
buitenland. Eens in de twee jaar gaat de band met partners naar
Ierland. Ze spelen daar in pubs in het rustige seizoen en proberen
hun repertoire uit te breiden door nieuwe nummers op te sporen.
Kilshannig is een klein plaatsje op het Dingle schiereiland in het
zuid westen van Ierland. Het Oudewaterse publiek blijft steeds
geboeid tijdens het concert. Het prachtige samenspel van de band en
hun humorvol contact met het publiek maakt dat het een
onvergetelijke muziekavond is. Als toegift wordt 'Whisky in a jar'
gespeeld, het kennerspubliek zingt en klapt volop mee. 'Molly Malone',
echt het laatste nummer, is ook bij velen bekend. Maar het mooie
nummer 'Song for Ireland' doet de toeschouwers weer nadenken over de
kracht en het effect van goede muziek. Het optreden van de band 'Kilshannig'
in Oudewater was een fantastische belevenis.
Lia de Vries, januari 2008
Bekijk ook de slideshow met meer
foto's van deze avond.
Op zaterdag 10 november 2007 heeft het Ulfts Mannenkoor op
uitnodiging van de Culturele Raad Oudewater een bijzonder mooi
concert verzorgd in de Grote of St. Michaëlskerk te Oudewater. Met
een zeer gevarieerd programma heeft het koor, dat onderleiding stond
van Piet van der Sanden en gekleed in smoking, indruk gemaakt op de
behoorlijk gevulde kerkzaal.
Het koor bestaat uit zo’n 100 zangers uit Ulft, maar ook uit
wijde de omgeving van Ulft. Het gebied waar de zangers vandaan
komen, strekt zich uit van Nijmegen tot Enschede en van Doetinchem
tot aan de Duitse grens.
Zaterdagavond stonden er zo’n 85 op het podium. Van die
oprichters zongen er nog 3 mee in het koor van die avond en er waren
nog 2 van de oprichters afwezig. Het koor is in oorsprong gestart
als een dubbelkoor van 2 keer 4 mannenstemmen. Maar al snel kwam men
tot de conclusie, dat een dergelijke samenstelling toch wel
kwetsbaar was, zowel om goede optreden te kunnen verzorgen, als er
uitvallers zouden zijn door ziekte of voor werk elders verbleven. Na
enkele maanden heeft men toen besloten een groot mannenkoor op te
richten. En zie hier; op 2 november j.l heeft het koor haar 50-jarig
bestaan gevierd in Ulft.
Voor de pauze werken veelal engelse liederen ten gehore gebracht
met een uitstapje naar een paar Duitse en een Italiaans werk van
ondermeer Rado Simoniti en G.F. Haendel respectievelijk van
Armilcare Poncielli. Verbluffend mooi waren de diverse solostukken
gezongen door o.a. Theo Reijntjes en Theo Overgoor. Deze laatste is
een van de medeoprichters van het UMK. Stukken als Brahma uit de
Parelvissers van George Bizet, Memory uit Cats van Andrew Lloyd
Webber, Oh when the Saints bewerkt door Denys Hood genoten een grote
mate van herkenning. De dynamiek waarover het koor beschikt werd
door het publiek in grote mate gewaardeerd. Bijzonder aangenaam was
de wijze waarop de stukken aan elkaar werden gepraat door Marian
Hageman. Zij was in staat om op een beknopte manier de essentie van
het stuk weer te geven. Voor de pauze werden de meeste stukken op
een voortreffelijke manier op de piano begeleid door Henk Bennink.
De Culturele Raad Oudewater is dan ook steeds weer verguld met het
feit, dat er bij hun voorstellingen steeds weer een goede piano of
vleugel door Evert Snel ter beschikking gesteld wordt.
Na de pauze heeft het koor een metamorfose ondergaan door,
getooid in kozakkenkledij, hun Russchisch / Byzantijns programma ten
gehore te brengen met een enkele uitstap naar Frans Lehar. Er veel
indruk maakt het nummer Suliko, een bewerking van Christian
Niessemaan, waar een een totaal onbereikbare liefde werd bezongen en
waarop het koor op subtiel wijze door de piano werd begeleid. Ook in
dit Russisch / Byzantijns gedeelte werden een aantal stukken door
solisten opgeluisterd. De tenor Marc Willemsen met het nummer
Blazjenie van Dobri Hristov en de bas Dirk Wanders met het nummer
Wetserny Zwon, bewerkt door Serge Jaroff, lieten in deze liederen,
hun stemgeluid weerklinken, wat zo kenmerkend is voor deze
zangstijl. Een lust voor het oor.
De Culturele Raad Oudewater mag zich gelukkig prijzen met dit
optreden, vanwege het gevarieerde programma enerzijds en vanwege de
uitermate positieve reacties van het publiek.
Het nieuwjaarsconcert op 12 januari 2008 met
medewerking van de groep Kilshannig is het volgende wat op het
programma staat van de CRO. Dan wordt vooral wereldmuziek met Ierse
volksmuziek gespeeld.
Drie talentvolle kleinkunstenaars lieten het
Oudewaters publiek verschillende staaltjes van hun kunnen zien. Op
zaterdagavond 10 maart 2007 leek Cultureel Centrum 'De Klepper' even op
een grootstedelijke theaterzaal. Erris van Ginkel, Nina de la Croix
en Ronny Hofenboom zijn drie van de zes halve finalisten in het
concours om de 'Wim Sonneveld prijs' 2007. Zij reizen enkele maanden
met hun programma door Nederland. Door toedoen van de Werkgroep
Podiumkunsten van de Culturele Raad deden ze ook Oudewater aan. De
cabaretiers brachten in hun programma een waterval van conferences,
vertellingen en liedjes voor het voetlicht. Humor in zijn talloze
verrassende gedaanten was ruimschoots te beleven in deze prachtige
voorstelling.
Festival
In de toneelzaal van 'De Klepper' was een interieur gecreëerd dat
wat op een gezellige club leek. De zaal was niet onaardig gevuld,
maar er was zeker ruimte voor meer publiek. De heer Rob Grem
bestuurslid van de CRO heette de aanwezigen van harte welkom en gaf
het woord aan de heer Evert de Vries, artistiek leider van het
'Amsterdams Kleinkunst Festival'. Hij vertelde dat het concours al
voor de twintigste keer wordt gehouden. “Aanvankelijk waren er 70
kandidaten die zich hadden aangemeld, maar in de voorronden zijn
door de commissie zes cabaretiers geselecteerd. Zij volgen nu een
try-out tournee door heel Nederland, om hun programma te vervolmaken
en meer podiumervaring op te doen. Gedurende deze tijd worden ze
intensief begeleid op artistiek terrein. Elk jaar levert dit
belangrijke kunstenaars op, die later naam maken in het hele land.
Om enkele te noemen Stef Bos, Thomas Acda, Claudia de Breij en de
‘Vliegende Panters’ ”, aldus Evert de Vries.
Eenzaamheid
De eerste kleinkunstenaar die in de schijnwerpers komt is Erris van
Ginkel. Hij noemde zijn show 'De verschrikkelijke moord op Winston
G.', met als ondertitel 'Je moet je leven niet leven, maar plannen'.
In het begin lijken de teksten belevenissen uit het alledaagse leven
van een bierdrinker. Hij vertelt over de barbecue in de buurt en de
hoop op het winnen van een grote geldprijs in de 'Lotto'. Een camera
voor zijn huis zal zijn hoogtepunt registreren. Verblind door zijn
aanstaande roem en welstand vliegt hij uit de bocht. Als de
geldprijs flink tegenvalt vermoordt hij de quizmaster Winston G. Hij
heeft nu een real-life moord rechtstreeks op tv. op zijn naam staan.
Zijn levensfilosofie heeft tot een drama geleid. Het programma zit
goed in elkaar, de achterliggende beelden zijn duidelijk. Er zijn
prachtige liedjes in te horen, zoals 'Ik wil een body guard', iemand
die om mijn grappen lacht en mee gaat tennissen. Dat is vast een
goede remedie tegen de eenzaamheid. Erris heeft een goede stem en
speelt ook heel mooi op de gitaar. Hij vertelt dat dit zelf
geschreven programma zijn eerste is. Hij heeft veel materiaal,
improviseert ook en elk optreden probeert hij weer een ander deel
ervan uit. Tot nu toe is hij op het podium bezig geweest als zanger
in een band.
Macht en onmacht
Nina de la Croix, de eerste cabaretière begint haar programma met
een oerschreeuw. Zij vertrekt naar Parijs omdat alles tegenzit. Ze
gaat Frans leren, is niet al te kieskeurig, maar er gebeurt niets.
Gaandeweg komt ze erachter dat als je zelf niets doet, alles bij het
oude blijft. Ze ontwikkelt al spelend bepaalde technieken,
bijvoorbeeld mooie liedjes zingen en iets meer geduld aankweken.
Nina spreidt ongetemde vrolijkheid en levensdrang ten toon. Ze
noemde haar show 'Poldervrouw' en ze zingt ook een gelijknamig lied
over mensen die leven volgens de patronen waaruit zij wil
ontsnappen. Maarten Ebbers begeleidt haar heel mooi op de gitaar en
met dezelfde oerschreeuw verlaat ze het toneel. Zij vertelt dat ze
is afgestudeerd aan de kleinkunstacademie en meedeed in de musical
'Joop ter Heul'. Zij zou het liefst haar carrière vervolgen met het
geven van solovoorstellingen.
De gulle lach
De Belgische Ronny Hofenboom schept schijnbaar moeiteloos dol
komische en zeer herkenbare situaties. Zelfspot en de natuurlijk
opborrelende oergrap zijn zijn handelsmerk. Hij heeft met zijn
typetjes als de slager en de duivenmelker de lachers op zijn hand.
Een bijbelverhaal op zijn wijze verteld is zelfs hilarisch. De
oerdriften van de mens liggen aan de oppervlakte en de humor ligt
gelukkig nog steeds op straat. Het programma met zijn drie
kunstenaars die elk een totaal ander vorm van humor lieten zien,
bewees eens te meer dat de kracht van de goeie grap heel sterk is en
dat bezig zijn met humor in de kunst een oneindige wereld is zonder
grenzen.
Finale in de 'Kleine Komedie'
De kleinkunstenaars gaan nog een maand met hun programma op stap. Op
maandag 16 april vindt de finale van festival plaats in de Kleine
Komedie te Amsterdam. Het zal moeilijk zijn een winnaar te kiezen.
Aan het Amsterdams Kleinkunst festival zijn nog meerdere evenementen
verbonden, bijvoorbeeld de 'Hommage aan Ruud Bos', het beste van
'Don Quishocking' en de 'Avond van het nieuwe Lied'.
Kijk op de
website: www.amsterdams-kleinkunst-festival.nl voor meer informatie.
Filosoof en schrijfster Joke J. Hermsen was
vrijdagavond 3 maart vanuit Amsterdam naar het stadhuis in Oudewater
gekomen om te vertellen over haar boeken. We maakten kennis met een
bezield en bevlogen auteur die het als een weldaad beschouwde met
haar lezers in contact te treden en vele soorten van ervaringen uit
te wisselen. Joke heeft buiten haar wetenschappelijk werk drie
romans geschreven. 'Het dameoffer' 1998, 'Tweeduister' 2000 en
'Profielschets' 2004. Ook schreef ze essaybundel 'Heimwee naar de
mens'. Haar werk is autobiografisch, filosofisch en historisch
geïnspireerd.
'Profielschets' de stap naar
schrijverschap
Joke Hermsen in 1961 geboren, studeerde Romanistiek en taalkunde in Nederland en zette haar studie voort in Parijs. Het studeren in
Parijs beschouwt ze als een verademing. "In Frankrijk wordt nog
breed gedacht, een studie is zelden een geïsoleerd vakgebied. Als je
letteren studeert, houdt je je ook bezig met geschiedenis,
taalkunde, psychoanalyse en filosofie." Ze bouwde haar studie verder
uit richting filosofie en deed twee doctoraal examens. Weer terug in
Nederland promoveerde ze en werd aangenomen bij de vakgroep
filosofie aan de universiteit.
Ze
kwam terecht in een egocentrisch geregeerd mannenbolwerk en dat was
een teleurstelling. Vele jaren werkte ze aan verschillende
universiteiten en publiceerde in haar vakgebied. Haar laatste boek
'Profielschets' uit 2000 is autobiografisch en gaat over de verdeel
en heerscultuur aan de universiteit, een zichzelf uithollend
systeem. Het is een satirisch geschreven autobiografische roman
waarin de karakters van de personen prachtig uitgewerkt worden. Zelf
zegt Joke: "Ik heb altijd een haat-liefde verhouding met de
personages die ik in mijn boeken gestalte wil geven. Dit is nodig om
een zo totaal mogelijk beeld van die persoon te krijgen." Haar boek
'Profielschets' is een heel belangrijk boek, het schrijven ervan
voelde ze als een bevrijding uit de universitaire wereld vol
gemanipuleer en eigenbelang. Ze besloot haar carrière aan de
universiteit vaarwel te zeggen en schrijfster te worden; een heel
moeilijke stap. "Eerst beklim je een trap in je studie die zal gaan
naar een zinvolle plaats in de wetenschap, daarop is je denken
gericht. Dan moet je die trap wegduwen om weer nieuwe wegen te gaan
bewandelen. Ik vind dat filosofie een 'belangeloos denken' moet zijn
en dat tref je maar weinig aan. Het is een gedachte die ik bij de
filosofe Hannah Arendt aantrof."
Het onzegbare verwoorden
In haar inleiding vertelt Joke over haar schrijverschap. "Het
produceren van publicaties op mijn eigen vakgebied, de filosofie,
vereist een totaal andere instelling dan het schrijven van een
roman. Er zijn ontelbaar veel manieren waarop je een verhaal kunt
neerzetten. Voor mij is het een zoeken naar een vorm om het
onzegbare te verwoorden op nog nooit eerder gedane wijze. Een heen
en weer schommelen tussen het zichtbare en het onzichtbare, een
aftasten en komen tot een uitgebalanceerde spanningsverhouding."
Joke vertelt ook over de verwantschap die de filosofie met de
literatuur heeft. "Deze verbintenis was er al in de Griekse tijd.
Tegelijkertijd zit er in deze twee-eenheid een prachtige
tegenstrijdigheid. Een filosoof zoekt helderheid en een schrijver
zoekt zijn verhalen in het duister; het licht van de rede naast de
kronkelige, donkere modderpaden van de literatuur. Ik denk dat de
werkelijke betekenis van een mensenleven zich pas echt in een boek
of in een verhaal kan prijsgeven. Ik streef naar een nieuwe lichtval
over de bestaande werkelijkheid. Mijn schrijverschap is een
regelrechte uitdaging." Haar autobiografische allereerste roman is
'Dameoffer' uit 1998 en gaat over de zoektocht naar haar moeder. De
aantekeningen lagen al twintig jaar in de la van haar bureau. In
2000 schreef ze haar historische roman 'Tweeduister'. Dit verhaal
beschrijft tien jaar uit het leven van Martha Thompson. Zij gaat in
1924 naar Londen op zoek naar haar vader die in de 1e Wereldoorlog
is verdwenen. Zij maakt kennis met schrijvers en kunstenaars uit
Londen, de Bloomsbury groep en gaat tot hun kennissenkring behoren.
Virginia Woolf en T.S. Eliot maken hier onder andere deel van uit.
Om dit boek te kunnen schrijven heeft Joke drie jaar onderzoek
gedaan in allerlei landen. "Het was niet gemakkelijk om bestaande
bekende personages levend te beschrijven en de exacte historische
gegevens te achterhalen." Maar dat is haar fantastisch gelukt, haar
precisie en oog voor details maakt dit tot een prachtige roman vol
met boeiende en leerzame leesmomenten. Bij het lezen van de boeken
die Joke Hermsen heeft geschreven wordt je getroffen door het
rijke, gepassioneerde taalgebruik en de herkenbaarheid van het
verhaal. Prachtige beschrijvingen van natuurfenomenen, filosofische
verbanden en mooie schetsen van echte mensen maken het boeken om mee
op pad te gaan. Voor het publiek in de Oudewaterse raadszaal was
volop gelegenheid vragen te stellen over de romans en andere
aanverwante zaken en tevens een glaasje wijn te drinken. Joke genoot
van de discussies en van de gesprekken met haar lezers. "Het is voor
mij heel fijn over mijn werk te praten, het schrijversbestaan is
tenslotte een eenzame aangelegenheid." Bloemen en een dankwoord van
de heer Rolf Thibaut, bestuurslid werkgroep 'klassieke muziek en
podiumkunsten', maakten dit tot een prachtige avond.
De zes musici van de 'Royal Dutch JazzBand' kennen de weg naar
het Oudewaters historisch stadhuis inmiddels op hun duimpje. De
'Werkgroep Podiumkunsten' van de Oudewaterse Culturele Raad had hen
op zaterdag 7 januari 2006 voor de derde maal uitgenodigd te komen
optreden in de raadszaal. Het was een wederzijds genoegen,
uitmondend in een fantastische muziekavond die niemand onbewogen
liet. Het ritme van de Dixieland sleept je mee, doet allerlei snaren
en spieren trillen en zo gingen de aanwezigen met veel plezier,
dansend het nieuwe jaar in.
Alles in beweging
'De 'Royal DutchBand' speelde, de bar zou zeker de hele avond open
zijn en het publiek werd aangeraden vooral niet op de plaatsen te
blijven zitten. Alles in beweging, een spetterend begin van het
nieuwe jaar, dat was de hint waarmee Bas Vliegenthart, bestuurslid
CRO de avond opende. Peter Krijnen, contrabassist, sprak voor
zichzelf en ook voor de andere bandleden, toen hij zei zich welkom
en vertrouwd te voelen in Oudewater, waar zo'n goed publiek hen ook
bij hun eerdere optredens tot hun beste spel had gestimuleerd. De
muzikanten speelden met vaart en waren prima op elkaar ingespeeld.
Henk van Muijen, trombonist en zanger, stipte ook nog even aan dat
de mooiste improvisaties in de muziek ontstaan door een goede sfeer
en een mooie interactie tussen het publiek en de musici. De
openingstune van de band: de 'Royal Garden Blues', zette de toon en
veel bekende en geliefde nummers passeerden de revue. Hans van
Rijnsoever, de alomtegenwoordige en toch bijna onzichtbare
technicus, onderhield nauwgezet de geluidscontrole. Even nog een
knopje bijstellen voor de fine tuning; perfect zo. Mooi dat 'Stranger
on the shore' met die intense banjosolo van Hans Bos. Ondertussen
worden de glazen geheven en gaan er mooie schalen met hapjes rond,
de bestuursleden van de Culturele Raad denken ook overal aan.
'Muziek houdt je jong'
De Royal Dutch JazzBand is in het jaar 2000 opgericht door Hans
Hooijmans, klarinettist en saxofonist, uit Montfoort. Hun muziek zou
je traditionele Nederlandse jazz uit de 20er - 40er jaren kunnen
noemen. Hans is een musicus met een vijf en veertigjarige
glanscarrière. Hij maakte verschillende wereldtournees met diverse
orkesten. "In de tien jaar dat ik bij de 'New Orleans Syncopeters
zat kwamen we op jazzfestivals overal. In de tachtiger jaren gaven
we met die band zo'n zestig concerten in Rusland. Machtig, we gingen
per vliegtuig het hele land door en vonden overal een reuze
enthousiast publiek. Ik speelde ook bij de Chris Barber Jazz band,
Mr. Acker Bilk, Woody Herman, Toots Thielemans en anderen." Zes jaar
geleden had Hans de behoefte om zijn muzikale ideeën helemaal te
gaan waarmaken. Hij formeerde een nieuwe band met vijf, muzikaal
zeer gelouterde collega's: Peter van de Geijn, speelt de cornet en
is tevens muzikaalleider, Henk van Muijen, trombone en zang, Hans
Bos, banjo, Peter Krijnen, bas en Arnold van Gelder, drums; een
vriendenclub. Hun optredens op festivals, in jazzclubs en op privé
party's.vinden enkele keren per week plaats. De eerste CD die ze
enkele jaren geleden opnamen is helemaal uitverkocht. Peter Krijnen
kondigde aan dat over enkele maanden de tweede CD zal verschijnen. 'Your
driving me crazy', 'Hé, look me over' en 'What a difference a day
makes', mooie klassiekers, worden ook vanavond gespeeld. Het publiek
op de dansvloer, helemaal in the mood, weet van geen ophouden.
"Muziek houdt je jong", zegt Hans. En je zou kunnen zeggen dat geldt
ook voor de toehoorders. De toegift 'Oh when the saints' is
werkelijk een swinger. De sessie van de 'Royal Dutch JazzBand was
weer helemaal grandioos.
Het stadhuis aan de Visbrug in Oudewater had zaterdagavond 12
november 2005 twee veelbelovende musici in huis. De werkgroep
podiumkunsten CRO had hen uitgenodigd. Eduardo Paredes Crespo, viool
en Christopher Devine, piano, speelden boeiende stukken van Bach,
Beethoven, Tsjaikowsky, Grieg en Wieniavsky. Zij toonden grote
klasse en verzorgden een prachtig optreden, vol van geladen muzikale
momenten.
Viool en piano
De 21 jarige Braziliaan Eduardo Paredes stemde zijn viool nauwkeurig
alvorens hij het programma opende met enkele solosonata's en
partita's van Bach. De technisch zeer ingewikkelde stukken werden
door hem heel accuraat gespeeld. Hij had enkele maanden niet voor
publiek opgetreden en hij bemerkte dat er een wat langere
aanlooptijd nodig was om in de juiste concentratie te komen. Op de
vraag waarom hij Bach voor dit programma had uitgekozen antwoordde
hij: "Bach is God voor mij, er zit zoveel rijkdom in zijn muziek."
En Christopher Devine (24), Engelsman in Nederland geboren, is het
daar helemaal mee eens: "Bach staat boven allen, alle andere
componisten hebben van hem geleerd." Beide musici vervolgen hun
programma met de 5e vioolsonate van Beethoven, een krachtig,
romantisch stuk. Christopher liet fantastisch temperamentvol
pianospel horen, zijn lenige vingers deden de trillers en snelle
loopjes fonkelen. De ingenieuze variaties werden heel spannend
gespeeld. Het stuk 'Souvenir d'un lieu cher' van Peter Tsjaikowsky
moet een lievelingsstuk van beide musici zijn geweest. In dit soms
weemoedige stuk wist Eduardo veel emotie over te brengen. Zijn bij
tijden voluit zingende en soms zelfs bezwerende streken op de viool
waren adembenemend.
Links Christopher
Devine, piano en rechts Eduardo Paredes Crespo.
Enthousiast publiek
Eduardo speelde vooral uit het hoofd, omdat zo hij vertelde, wel
eens onhandig kon zijn met het omslaan van de bladmuziek. "Ik speel
ook spontaner uit het hoofd en bovendien heb ik geen moeite de noten
te onthouden als ik ze goed gehoord en bestudeerd heb." Na de
gezellige pauze werd het programma voortgezet met de derde
vioolsonate van Edward Grieg. "Bij de muziek van de Noorse componist
stel je je het grillige landschap, de verstilde natuur en ook
natuurgeweld voor", zegt Christopher. Impressies van een dag: vroege
morgenstemming, actie gedurende de dag en rustige namiddagsfeer. Ook
zou je je het begin van de dag kunnen voorstellen met een vroeg
twinkelerende vogel, en het spektakel van dieren die elkaar achterna
zitten. De Polonaise brillante van de Poolse componist Wieniavsky
was een huzarenstuk, daar bewoog de strijkstok zich dansend en
gierend over de snaren en het spel aan de vleugel was vol van
verlangen. Het publiek was door het spel van deze jonge mensen
betoverd en applaudisseerde naar hartelust. Vandaar dat er nog een
mooi afscheidsstuk werd gespeeld: een melodie uit een opera van
Glück, bewerkt door Fritz Kreissler.
Een solisten carrière
Een drankje na afloop en leuk napraten met de musici is heel
verrijkend. De carrière van de beide musici zal zich zeker op hoog
solistisch niveau gaan ontwikkelen. Christopher zegt zelfverzekerd:
"Wij zijn beroemde solisten in de dop, daar gaan we voor." Allebei
hebben ze voldoende reden om dit te kunnen zeggen, tijdens
muziekconcoursen hebben ze al vele prijzen in de wacht gesleept.
Eduardo studeert aan het conservatorium in Rotterdam en Christopher
in Den Haag. Ze zijn beiden over niet al te lange tijd afgestudeerd.
Op concoursen zullen ze zich moeten onderscheiden van de andere
musici om zo hun droomcarrière te kunnen verwezenlijken. Het is hard
werken van jongs af aan. Eduardo vertelt dat hij 'laat' is begonnen
met zijn vioollessen, hij was elf jaar. "Ik speelde net twee weken
toen Hans Scheepers, muziekdocent, die in Bolivia was, mij hoorde
spelen. Hij vond het bijzonder en we hielden contact. Na drie jaar
ben ik naar Nederland gekomen en kon hier studeren dankzij een
studiebeurs van Rotary Nederland. Ik woon bij een gastgezin in
Doorn, zij zijn mijn tweede vader en moeder. Heimwee naar mijn land
en naar mijn ouders is iets dat bij dit leven hoort." Dit bijzondere
concert kon plaatsvinden dankzij de sponsoring van de Rabo bank en
de firma Evert Snel die de vleugel in het stadhuis plaatste. Muziek
van zulk hoog niveau in Oudewater te kunnen beluisteren, de
schitterende sfeer in het eeuwenoude stadhuis te ervaren, is een
unicum. Kijkt allen uit naar het volgende concert, u mag het niet
missen.
Zaterdag 22
oktober 2005 gingen wij met 21 mensen onderweg naar de kathedrale
basiliek St. Bavo in Haarlem, de kerk van de bisschop van Haarlem.
Deze is gebouwd rond 1900 door Joseph Cuypers, zoon van de
architect P. Cuypers die bekend is van kasteel Haarzuilens en het
Rijksmuseum. De zoon J. Cuypers streefde naar vernieuwing bij de
bouw van deze kerk. Hij paste zowel romaanse en gotische
stijlkenmerken toe alswel byzantijnse en zelfs arabische. Dat hij
daar buitengewoon in is geslaagd bleek spoedig. De oud-pastoor die
ons rondleidde wist ons 1 ½ uur interessant rond te leiden en
enthousiast te vertellen, ondanks de wat lage temperatuur in de
kerk.
Ook de schatkamer, rijk voorzien van kerkzilver en paramenten had
onze aandacht. De verwerkte symboliek was voortdurend terug te
vinden.
Het thema van openmonumentendag: religieus erfgoed en het
aansluitende bezoek aan het Frans Hals museum, met een
tentoonstelling over de kerkschilder P.J. Saenredam, maakten deze
dag tot een geheel. De tegenstelling in tijdsbeeld en werkwijze van
de architect en de schilder , waren verrassend. De majestueuze
indruk van de Bavo en de soberheid van de geschilderde
kerkinterieurs uit de Gouden Eeuw leverde een mooi contrast.
Na een deskundige uitleg van een gids konden wij ook de bekende
schuttersstukken van Hals nog bekijken voordat wij terugkeerden naar
Oudewater.
De commissie Beeldende Kunst en Architectuur in Oudewater heeft
een bijzondere dag gerealiseerd. De deelnemers waren erg tevreden
over deze boeiende excursie.
CONCERT
Monteverdi Kamerkoor Zaterdagavond 5 juni 2010 geeft het
Monteverdi Kamerkoor Utrecht een concert in de Grote Kerk te Oudewater met
werken van de Straesser, van Lier, Beljon en Welmers. Lees verder . . .
Voorverkoopadressen
Oudewater:
Readshop, Leeuweringerstraat;
Golff, Joostenplein.
VVV, Leeuweringerstraat;
Haastrecht: (in voorkomende gevallen) Kapsalon Verkaik,
Hoogstraat 130